Begeleidingsniveaus Hoogbegaafdheid

Wanneer er een mismatch is tussen de hoogbegaafde leerling en zijn omgeving kunnen er problemen ontstaan. Deze problemen kunnen op verschillende niveaus tot uiting komen. Dit bepaalt dan ook de aanpassing en de begeleiding die voor de individuele leerling nodig is.

1 Kennis/ Inhoud
2 Praktische Vaardigheden
3 Levenshouding
4 Dubbel bijzonder
  1. De eerste laag is de laag van de inhoud. Wanneer de inhoud van de lesstof niet aansluit op het cognitieve niveau van het kind (te laag) dan gaat het kind zich vervelen. Het gaat dan niet alleen om de verwerking, de opdrachten, maar vooral ook de instructie. Deze kan overbodig, te langzaam of te lang zijn. Als de inhoud aansluit op het niveau van de leerling, zal een groep daarbij voldoende gebaat zijn. Maar niet alle hoogbegaafde kinderen hebben daar voldoende aan. Bij een deel van de kinderen gaat het niet om de inhoud, maar zij missen vaardigheden (2e laag).
  2. Als een leerling langere tijd geen lesstof op het juiste cognitieve niveau heeft ontvangen dan zakt hij naar de tweede laag: gebrekkige vaardigheden. Zaken als het gebrekkig gebruik van het geheugen, gebrek aan doorzettingsvermogen, moeite met het volgen van instructies en het gebrek aan doelgericht gedrag zijn hier bijvoorbeeld aan de orde. Een oplossing hiervoor is te vinden in lessen ‘leren leren’, reflecteren en het trainen van de executieve functies; volgehouden aandacht, prioriteiten stellen, doelen stellen, organiseren. Als deze voldoende zijn getraind kan een kind weer mee in de 1e laag.
  3. Wanneer er problemen zijn met de levenshouding van een kind, worden bovengenoemde zaken moeilijk. Bij kinderen die te lang in laag 2 blijven hangen, treden er problemen op die in laag 3 thuishoren; onderpresteren, perfectionisme, faalangst. Een kind kan een fixed mindset hebben, aangeleerd hulpeloos zijn, in een slachtofferrol zitten. Om dit te veranderen is redelijk specialistische hulp noodzakelijk. Het veranderen van een levenshouding vergt de nodige tijd. Daarna kan er aan vaardigheden (2e laag) gewerkt worden en daarna aan de inhoud (1e laag). Een specifieke groep vormen de kinderen bij wie een trauma is ontstaan. Ook hier is behandeling en genezing mogelijk, maar het vergt tijd en specialistische kennis om dit adequaat te kunnen begeleiden.
  4. De vierde laag is de twice exceptional leerling, de dubbel bijzondere kinderen, dat wil zeggen kinderen met een dubbele ‘diagnose’. Er is naast talent ook sprake van een of meer beperkingen in de vorm van leer-, gedrags-, of ontwikkelingsstoornissen. Dit kan bijvoorbeeld zijn dyslexie en hoogbegaafdheid, of ADHD en hoogbegaafdheid, maar ook een groot verschil tussen bijvoorbeeld de cognitieve- en emotionele ontwikkeling of tussen het performale- en verbale intelligentieniveau. Behandeling van deze problematiek vereist een hoog niveau van begeleidingsvaardigheden en tegelijkertijd specifieke competenties van de leerkracht of docent.